Een bakkie bij de pomp. Het moet, ik kan het niet laten. Een mooie dikke Chrysler stopt en een wat oudere verzorgde dame stapt uit. Eenmaal binnen kijkt ze me aan en zegt vriendelijk gedag. Iedereen heeft wel eens zo’n moment dat je denkt iemand te kennen maar er geen naam bij kunt verzinnen. De trucker die naast me aan een statafel hangt helpt me. ‘Da’s Imca Marina toch?’ Ik kijk nog eens. ‘Ja zeg, je hebt gelijk’. Ze gaat naar het toilet wat mij mooi even bedenktijd geeft. Als ze uiteindelijk afgerekend heeft spreek ik haar net voor het buitengaan aan. Ik zeg eerlijk dat ik haar niet meteen herkende en ze lacht. ‘We worden allemaal wat ouder hè’, zegt ze lief. Ik loop er niet mee te koop normaal gesproken maar vertel haar dat ik wel eens stukjes schrijf. ‘Dat moet je blijven doen jongen’ zegt ze bijna moederlijk. ‘Ik schrijf ook veel en dat lucht vaak op’. ‘Wat zou je willen doen dan?’, vraagt ze omdat ze wel aanvoelt dat ik haar niet voor niks aanspreek. ‘Een stukje schrijven over Imca Marina. Hoe het met haar gaat en wat ze zoal doet’. Ze lacht weer. ‘Met mij gaat het goed hoor’. Ze geeft me haar e-mail adres. ‘Stuur me maar een mailtje dan zal ik eens wat van je lezen. Kunnen we daarna misschien wat afspreken’. Ze heeft een soort van haast en vertrekt met haar raampje nog open. ‘Fijne dag’ zegt ze nog en verdwijnt in het drukke verkeer. Imca Marina. Nee, ik was niet haar grootste fan maar zong onder het genot van een paar biertjes wel alles mee. Toch een icoon. Een stukje Neerlands trots. Een klein stukje van mijn prachtige jeugd, hoe dan ook. We mailen Imca…