Thuisgekomen van een snelle boodschap zet ik mijn tassen op het aanrecht. Het staat vol met van alles. Een halve appel, schillen, mishandelde kaas met schaaf en allerlei plastic bakjes. Hongerige kinderen denk ik en ruim m’n eigen rommel op. Terug in de kamer zie ik een theedoek op tafel met iets er onder.
Ik zeg niks want ik hou wel van een verrassing. Sterre komt bij de tafel staan en roept ons bij elkaar. ‘Jongens, ik heb een verrassing’. We moeten onze ogen gesloten houden en monden open doen. More trilt van angst als zijn zus een lepel naar zijn mond brengt. Ik kijk stiekem door mijn vingers heen en zie een wazig goedje naar binnen gaan. More kokhalst en kauwt of slikt niet. Met zijn hand voor zijn mond rent hij de keuken in en spuugt het ongeidentificeerde goedje hard in de gootsteen. ‘Getver, wat is dat?’ roept hij en maakt een gorgelend geluid.
Het is mijn beurt en met gesloten ogen open ik gehoorzaam mijn mond.
Het is inderdaad smerig maar gelukkig bestaat het wel uit eetbare dingen.
Dat proef ik dan wel. ‘Dat is lekker zeg, wat is dat? Heb je dat zelf gemaakt?’ vraag ik mijn kleine kokkin. Ze schudt haar hoofdje met een trotse blik in haar ogen.
‘Wat denk je dat het is?’, vraagt ze gespannen. Ik proef helemaal niks.
Het is waterachtig en onthuisbrengbaar. ‘Ik heb geen idee hoe ze het noemen maar ik proef wel appel en kaas, vermengd met wat water’. ‘Jaa’, zegt ze trots, ‘dat is het ook’. ‘Vind je het lekker pap?’. ‘Heerlijk schatje, dat heb ik lang niet meer gegeten’ lieg ik en neem nog een hap. Terwijl ze de theedoek weer terug over haar creatie legt loop ik de keuken in en spuug het onhoorbaar bij More zijn deel.
Terug in de kamer aai ik haar over haar hoofdje.
‘Zet het maar in de koelkast straks lieverd, anders wordt het nog slecht’